Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Burgers die geld verdienen via platforms, zoals Airbnb en Uber, betalen uit zichzelf vaak geen belasting over dit inkomen. Om deze fraude tegen te gaan, leggen overheden platforms steeds strengere rapportageregels op. Soms moeten ze zelfs belasting innen bij verkopers. Zijn die regels wel proportioneel, effectief en handhaafbaar en wat betekenen ze voor de grondrechten van platformeigenaren en -gebruikers? Promovendus Juan Manuel Vazquez richt zich met zijn onderzoek op deze vragen.

Overheden wereldwijd lopen door de platformeconomie flink wat belastinginkomsten mis. Sommige diensten en producten die mensen verkopen via e-commerce platforms zijn namelijk moeilijk zichtbaar voor de belastingdienst. Bovendien laten veel belastingplichtigen na hun inkomsten uit werk via e-commerce platforms op te geven. Dat is vooral zo wanneer verkopers buitenlandse platforms gebruiken, vertelt Vazquez.

‘Zo kan een docent Nederlands als tweede taal, laten we hem Frank noemen, naast zijn baan bij een school, ook nog online Nederlands geven aan Afrikaanse studenten via Teaching.com – een platform dat in de Verenigde Staten is gevestigd. Als Frank dat extra inkomen niet zelf opgeeft, is de kans klein dat de belastingdienst dit ontdekt.’

Overheid kan niets achterhalen 

De algemene regel is dat je inkomstenbelasting betaalt in het land waar je resideert of waar je een bepaalde dienst verleent, en dat je btw betaalt in het land waar de diensten of producten die je verkoopt worden gebruikt of geconsumeerd, legt Vazquez uit. ‘Het probleem is dat onder de huidige regels, overheden niet kunnen ontdekken en niet kunnen volgen wie welke diensten of producten levert via platforms, en hoe groot de inkomsten uit die transacties zijn. Ook voor traditionele intermediairs zoals banken is het onmogelijk te achterhalen hoe en waar Frank dat bedrag op zijn bankrekening verdiend heeft.’ 

Het probleem is dat onder de huidige regels, overheden niet kunnen ontdekken wie welke diensten of producten levert via e-commerce platforms

Identiteit van verkopers verifiëren

Om deze reden zijn overheden platformexploitanten gaan verplichten informatie over de transacties en inkomsten van hun verkopers te rapporteren. Verder moeten ze vaak due diligence onderzoek doen. Dit betekent dat ze de identiteit en andere sleutelinformatie van verkopers en dienstverleners moeten verifiëren en rapporteren. In sommige rechtsgebieden worden de platforms zelfs verplicht belasting te innen en af te dragen in plaats van hun verkopers. 

De regels mogen geen inbreuk maken op de privacy van belastingbetalers en mogen de competitiviteit en innovatie van platforms niet in de weg staan.
Juan Manuel Vazquez
Juan Manuel Vazquez

Het doel rechtvaardigt niet alle regels 

Het is natuurlijk van groot algemeen belang dat iedereen eerlijk zijn belastingen betaalt, en platforms kunnen er door hun geprivilegieerde positie voor zorgen dat dit gebeurt, meent Vazquez. Maar al die ongecoördineerde regels voor platforms brengen ook zorgen met zich mee. ‘Het doel rechtvaardigt niet zomaar alle regels. De regels mogen geen inbreuk maken op de privacy van belastingbetalers en mogen de competitiviteit en innovatie van platforms niet in de weg staan.’ 

Grote administratieve last voor platforms

Vazquez onderzoekt of, hoe en onder welke voorwaarden overheden aan online platforms dit soort regels om belastingfraude te bestrijden zouden moeten opleggen. ‘Platforms opereren vaak in vele verschillende landen met elk hun eigen regels. De administratieve last werd dus heel groot’, licht Vazquez toe. ‘Om dit op te lossen proberen de Europese Unie (EU) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) nu de regels te harmoniseren.’

In zijn onderzoek kijkt Vazquez vooral naar de verplichtingen die de EU-regels en OESO-richtlijnen aan de platforms opleggen voor wat betreft rapportage, due diligence en het innen van zowel btw- als inkomstenbelasting. In maart 2021 heeft de Europese Raad de zesde wijziging van de EU-Directive on ‘Administrative Cooperation (DAC) in the field of taxation’ goedgekeurd. Deze zogenaamde DAC7 omvat nieuwe regels om de fiscale transparantie in de digitale economie te vergroten en gaat in 2023 in. Platforms van binnen en buiten de EU zijn vanaf dan verplicht inkomsten van verkopers op hun digitale platformen te identificeren en deze informatie uit te wisselen met de belastingautoriteiten. De OESO heeft ook al verschillende richtlijnen gepubliceerd.

Niet meer gegevens vragen dan noodzakelijk

Vazquez benadrukt dat het belangrijk is goed te kijken of de regels die worden opgelegd aan platforms niet conflicteren met grondrechten, zoals privacy. Voordat de DAC7 werd aangenomen, is deze voorgelegd aan de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming. ‘In de eerste opzet stond dat platforms any other identifying information moesten verstrekken over hun verkopers. Dat is in strijd met de eis van dataminimalisatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Je mag niet om meer data dan noodzakelijk vragen. De toezichthouder heeft gezegd dat dit beperkt moet worden tot financiële informatie en de DAC7 is aangepast. In sommige ontwikkelingslanden zijn de standaarden voor databescherming niet zo goed, dus daar zijn de risico’s op privacy schending groter en moeten we extra alert zijn.’