Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Mensen die in steden wonen, worden geconfronteerd met veel uitdagingen die hun geestelijke gezondheid bedreigen. In landen waar relatief meer mensen in de stad wonen, komen depressie, angst en verslaving over het algemeen vaker voor. Te midden van de toenemende last van veelvoorkomende psychische stoornissen en de aanhoudende verstedelijking over de hele wereld, is er een dringende behoefte om de dynamische wisselwerking tussen deze ontwikkelingen beter te begrijpen. Dit stellen UvA-onderzoekers van het Centrum voor Urban Mental Health (UMH) in hun position paper, op donderdag 7 oktober gepubliceerd in 'The Lancet Psychiatry'. De onderzoekers benadrukken deze urgentie en presenteren een nieuw conceptueel raamwerk om nieuwe preventie en behandelingsmethodes van veelvoorkomende psychische stoornissen in een stedelijke context te identificeren.

Figuur 1: Netwerk van stedelijke factoren en symptomen van depressie
Figuur 1: Netwerk van stedelijke factoren en symptomen van depressie

Onbedoelde nadelen

‘Het leven in de stad is in veel opzichten aantrekkelijk, maar er kleven ook onbedoelde nadelen aan’, vertelt Junus van der Wal, eerste auteur. ‘Er is veel kennis opgebouwd over in hoeverre deze factoren op zichzelf samenhangen met psychische stoornissen. Maar om echt te begrijpen wat het leven in een drukke stad doet met je mentale gezondheid, is het noodzakelijk om al deze factoren samen te bestuderen.’ In een uitgebreid literatuuronderzoek identificeerden Van der Wal en zijn collega’s een groot aantal factoren die van invloed zijn op de stedelijke omgeving en daarmee ook het mentale welzijn van mensen kunnen beïnvloeden.

Een voorbeeld: de fictieve Jane

Een voorbeeldscenario over de fictieve Jane, dat de onderzoekers geven in hun position paper, maakt duidelijk hoe verschillende factoren op elkaar kunnen inwerken en hoe belangrijk het is om naar de samenhang tussen factoren te kijken. Jane woont in een grote stad, in een buurt met weinig groen. Haar appartement is vlak bij een drukke weg. Jane heeft een laag inkomen, waardoor ze vaak stress heeft over geld. Constant verkeerslawaai verstoort haar slaap en veroorzaakt slapeloosheid. Haar werkprestaties lijden daaronder, wat haar geldstress verder vergroot. Daarnaast speelt nog dat luchtvervuiling, door het verkeer op de drukke weg, invloed kan hebben op de werking van Jane’s hersenen. ‘Bovendien zijn er in deze modellen vaak feedbackloops. Als veel mensen in dit gebied bijvoorbeeld psychische problemen hebben, kan dat de sociale cohesie in de buurt negatief beïnvloeden, wat weer een negatief effect kan hebben op de bewoners’, aldus Claudi Bockting, co-directeur van UMH en hoogleraar Klinische psychologie in de psychiatrie. ‘Echter, als de gemeente waarin Jane woont zou investeren in duurzame ontwikkeling, door bijvoorbeeld een park aan te leggen tussen het gebouw waar Jane woont en de drukke weg, kan dit Jane helpen. Een dergelijke interventie kan stress verminderen, verkeershinder verkleinen en mogelijk ook sociale cohesie in de buurt vergroten en luchtvervuiling tegengaan.’

Figuur 2: Het door het UMH nieuw ontwikkelde conceptuele raamwerk vanuit de complexiteitswetenschap voor de relaties tussen stedelijke metafactoren; stedelijke, sociale en individuele factoren; en symptomen van veelvoorkomende mentale stoornissen; en de verschillende temporele schalen.
Figuur 2: Het door het UMH nieuw ontwikkelde conceptuele raamwerk vanuit de complexiteitswetenschap voor de relaties tussen stedelijke metafactoren; stedelijke, sociale en individuele factoren; en symptomen van veelvoorkomende mentale stoornissen; en de verschillende temporele schalen.

Naar gerichte interventies

Reinout Wiers, hoogleraar Ontwikkelingspsychopathologie en co-directeur van UMH, vult aan: ‘We presenteren in onze position paper een nieuw conceptueel raamwerk voor al het toekomstig onderzoek naar mentale gezondheid in de stedelijke omgeving. Alleen met die benadering kunnen we zien hoe alle factoren op elkaar inwerken en van invloed zijn op individuen, en kunnen we komen tot gerichte interventies en behandelingen om de mentale gezondheid van stadsbewoners te verbeteren.’

Karen Maex, rector magnificus van de UvA, is enthousiast over de position paper: ‘Het maakt duidelijk hoe ons Centrum voor Urban Mental Health op unieke wijze de interdisciplinaire samenwerking bevordert die essentieel is om de complexe relaties tussen stedelijke factoren en geestelijke gezondheid inzichtelijk te maken.’

Publicatiegegevens

Junus van der Wal, Claudia van Borkulo, Marie Deserno, Josefien Breedvelt, Mike Lees, Can Lokman, Denny Borsboom, Damiaan Denys, Ruth van Holst, Marten Smidt, Karien Stronks, Paul Lucassen, Julia van Weert, Peter Sloot, Claudi Bockting & Reinout Wiers: ‘Advancing Urban Mental Health Research: from Complexity to Actionable Targets for Intervention’, in: The Lancet Psychiatry (7 oktober 2021). Doi: 10.1016/S2215-0366(21)00047-X 

Over het Centrum voor Urban Mental Health

Het Centrum voor Urban Mental Health is een van de onderzoekszwaartepunten van de UvA en wordt geleid door UvA-hoogleraren Claudi Bockting en Reinout Wiers. Het interdisciplinaire onderzoek is ingebed in het Institute for Advanced Study (IAS) van de UvA.