Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Om vanuit hun broedplaats op de Canarische Eilanden hun overwinterplek op Madagascar te bereiken – en omgekeerd – nemen Eleonora’s valken niet de kortste route, maar trekken ze al zigzaggend over de hele breedte van Afrika. Dit ontdekten onderzoekers van het Spaanse Doñana Biological Station (EBD-CSIC) en de Universiteit van Amsterdam in een nieuwe studie, die op dinsdag 13 juli is gepubliceerd in het open access tijdschrift Movement Ecology. De onderzoekers combineerden gegevens van GPS-loggers met weermodellen en satellietbeelden, en ontdekten zo hoe windvelden en landschappen in Afrika vormgeven aan de opmerkelijke migratie van Eleonora’s valken.

In een directe vlucht - langs de kortst mogelijke route - tussen de Canarische eilanden en Madagaskar zouden de valken zo’n 8.000 km moeten overbruggen, dwars over kolossale barrières zoals de Sahara en de Indische Oceaan. In de nieuwe studie laten de onderzoekers laten zien dat de valken een stuk langere routes vliegen: zigzag-routes van gemiddeld ruim 9.000 km in het najaar en meer dan 11.000 km in het voorjaar. Daarbij spenderen ze in het voorjaar zes dagen meer op stop-overs dan in het najaar. ‘Opvallend hierbij is dat het aantal afgelegde vlieguren in het voorjaar en het najaar gelijk zijn, terwijl die voorjaarsroutes dus aanzienlijk langer zijn. Een verklaring hiervoor konden we gemakkelijk vinden door de koppeling met windgegevens: de vogels profiteren in het voorjaar van een sterkere rugwind’, vertelt hoofdauteur Wouter Vansteelant, postdoc bij het EBD-CSIC en gastonderzoeker aan het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED) van de UvA.

Welbekende strategie

Om te kunnen zien in welke mate het zigzag-gedrag de valken hielp om rugwind over verschillende landschappen te maximaliseren, vergeleken Vansteelant en collega’s de rugwind van de vogels op elk punt langs de route van hun gekozen trekrichting met de rugwind die ze hadden kunnen ontvangen op de korst mogelijke route. Vansteelant: ‘Het bleek dat de valken zowel in het voorjaar als het najaar zigzagden om zoveel mogelijk rugwind – of zo weinig mogelijk tegenwind – te krijgen tijdens de schrikwekkende oversteek van de woestijn en de open oceaan. Dat is een algemene en welbekende strategie onder trekvogels.’ De onderzoekers zagen ook dat de valken in beide seizoenen direct oost- of westwaartse vluchten maakten over de Sahel-Sudan-zone, wat hen minder rugwind oplevert dan ze langs een kortere route hadden kunnen krijgen. De wind is in deze regio echter relatief zwak, en via deze oost- of westwaartse omwegen wisten de valken de vliegafstand over het regenwoud in het najaar en over de woestijn in het voorjaar drastisch te verminderen.

Gezenderde valk (foto: Manuel de la Riva)
Gezenderde valk (foto: Manuel de la Riva)

‘Flexibele vogels’

‘Vogels trekken vaker via omwegen dan dat ze directe routes vliegen’, licht Vansteelant toe. ‘Het is waarschijnlijk dat veel meer soorten trekvogels op een vergelijkbaar flexibele wijze reageren op windomstandigheden. Wanneer vogels geconfronteerd worden met harde tegenwind, kunnen ze zich beter laten afdrijven van de kortste route om vervolgens door zwakker of meer gunstige windvelden voor die verplaatsing te compenseren. Wanneer de wind daarentegen zwak of gunstig is, kunnen vogels zich ook om andere redenen omwegen permitteren, bijvoorbeeld om barrières te omzeilen of goede foerageerplekken op te zoeken.’

Rest de vraag hoe valken deze complexe routes weten te vinden. Vansteelant: ‘Ondertussen hebben we een aantal valken tot wel vier opeenvolgende jaren kunnen volgen. Op basis van die gegevens kunnen we gaan achterhalen hoe consistent valken zijn in hun individuele routekeuze en timing, en in welke mate ze door ervaring hun trekprestaties verbeteren.’

Publicatiegegevens

Wouter Vansteelant, Laura Gangoso, Willem Bouten, Duarte S. Viana en Jordi Figuerola: ‘Adaptive drift and barrier-avoidance by a fly-forage migrant along a climate-driven flyway’, in: Movement Ecology (13 juli 2021). DOI: 10.1186/s40462-021-00272-8